Werken met Claude Code
Van losse prompt naar persoonlijke werkplek op je laptop, met je eigen CLAUDE.md en je eerste werkende skill
Werken met Claude Code
Cloud Code begint eigenlijk leeg. En jij traint hem.
Dat zinnetje vatte sessie 2 samen. Sessie 1 ging over hoe AI denkt en waar de grens ligt. Sessie 2 ging over één heel concrete vraag: hoe maak je AI iets dat van jou is, geen vreemd internet-product dat je af en toe aanroept.
Dit whitepaper is de neerslag van die middag. Wat is Claude Code, hoe richt je het in, hoe schrijf je je eerste skill, en wat is de eerlijke drempel die niemand op LinkedIn benoemt.
Het tussen-moment
Tussen "ik heb AI een keer geprobeerd" en "ik pak het niet meer weg" zit een fase die je niet kan overslaan. Het is geen gebrek aan tools en geen gebrek aan motivatie. Het is dat de toolbox nog niet van jou is. Hij staat in een browser, hij weet niet hoe je werkt, en als je hem morgen weer aanroept moet je opnieuw uitleggen wie je bent.
Sessie 2 ging over die overgang. Niet meer chatten in een browser, wel een werkplek op je eigen laptop die jou kent, je bestanden ziet, en de patronen onthoudt die jij hem leert.
Wat dat technisch betekent kreeg iedereen in sessie. Wat er bij komt kijken om die werkplek écht je eigen werk te laten versnellen, dat is wat hier komt.
Wat Claude Code is, kort
Claude Code is geen aparte AI. Onder de motorkap zit dezelfde Claude als in de browser, vooral Opus 4.7 voor zwaar werk, Sonnet 4.6 voor dagelijks gebruik, Haiku 4.5 voor snel en goedkoop. Maar de plek waar je hem aanroept is anders. Geen browser-tab in claude.ai, wel een werkplek op je computer.
Drie kenmerken maken hem fundamenteel anders dan de chat-versie:
1. Hij draait op je laptop, in een werkfolder die jij maakt. Open een map in je Documents/, start Claude Code, en alles wat in die map staat ziet hij. Niks anders. Alles wat je hem niet meegeeft in die folder gaat hij niet gebruiken. Dat is geen beperking, dat is ontwerp. Het maakt hem voorspelbaar en veilig.
2. Hij onthoudt wie je bent via CLAUDE.md. Eén markdown-bestandje dat hij elke sessie inleest. Daarin staat jouw rol, je voorkeuren, hoe je wilt dat hij klinkt, welke regels altijd gelden. Dat bestand schrijf je één keer goed, daarna werkt hij elke keer beter.
3. Hij kan lang doorwerken aan één taak. De chat-versie geeft je één antwoord en dan ben je klaar. Claude Code kan met de juiste kaders uren werken aan één opdracht, zelf zijn werk verifiëren, herstellen waar het niet klopt. Niet voor elke vraag nodig, wel voor het soort werk dat je nu een halve dag bezig houdt.
Boris zat letterlijk aan het einde van sessie 2 in de terminal en zei: "let's go." Dat moment, waar het tool stopt iets vreemds te zijn en gewoon je laptop wordt, daar gaat dit whitepaper over.
Lokaal, persoonlijk, voorspelbaar
Drie woorden die het verschil maken.
Lokaal: alles staat op je harde schijf. Claude Code praat met Anthropic-servers voor het denkwerk, maar de folder, de skills, de CLAUDE.md staan bij jou. Als je laptop crasht zonder backup ben je dingen kwijt, ja. Maar je werkt ook met je eigen bestanden, niet met afslag-files in iemand anders zijn cloud.
Persoonlijk: Boris en Jeffrey hebben straks compleet andere Claude Code-setups. De skills die Job heeft gebouwd staan niet automatisch bij Zohra. Dat is geen bug, dat is precies waarom het werkt. Jouw werk is anders dan dat van je collega's. Je toolbox dus ook.
Voorspelbaar: omdat hij alleen in jouw folder werkt en alleen de tools heeft die jij hem geeft, kun je hem vertrouwen om grote taken te doen. Vraag hem in een willekeurige browser-chat om je inbox door te ploeteren en je weet niet wat hij doet. Vraag hem in een Claude Code-sessie waar jouw email-skill draait, en de scope is duidelijk.
Installatie
In sessie 2 staat Claude Code op iedereen zijn laptop. Wie het nog eens of op een tweede machine wil doen:
npm install -g @anthropic-ai/claude-code
Daarna in een werkfolder claude typen, OAuth via de browser, klaar. Verifieer met claude --version.
Vooraf nodig: Node.js (op Mac via Homebrew, op Windows via de installer), en Git als veiligheidsnet, elke wijziging die Claude maakt is een checkpoint waar je naar terug kan.
CLAUDE.md: jouw handshake
Na de installatie ging iedereen één bestand schrijven: een globale CLAUDE.md. Dat bestand leest Claude elke keer als je een sessie start, ongeacht in welke folder je werkt. Het is je profiel.
Wat erin hoort:
- Wie je bent. Naam, rol bij ThePhoneLab, wat je dagelijkse werk is. Niet "marketing manager", wel "ik werk dagelijks met inkooporders en China-leveranciers, ik gebruik Lightspeed en Excel, mijn voorraad-data komt uit twee bronnen die ik handmatig combineer".
- Hoe je wilt dat hij klinkt. Beknopt direct of uitgebreid uitleggend. Nederlands of Engels (de groep koos Nederlands met techniek-termen in het Engels). Welke woorden niet (corporate-jargon, hype-woorden).
- Hoe hij werkt. Of hij eerst plant en dan doet (sterk aangeraden), of hij vragen mag stellen als context ontbreekt (ja, altijd), wat hij nooit autonoom mag doen (bijvoorbeeld geen mails versturen, alleen draften).
- Vaste bronnen en formats. Welke bestanden hij standaard mag gebruiken, welke tools hij mag aanroepen, welke output-formaten je standaard wilt.
In sessie 2 stelde Claude tijdens het opzetten een rits vragen waar bij niet-developers de wenkbrauwen omhoog gingen: welke package-manager, welke test-framework, welk type project. Daar zit een ontwerp-aanname in. Als je een vraag niet begrijpt mag je gewoon skip doen of zeggen "ik snap deze vraag niet, vraag het anders". Het is jouw CLAUDE.md, niet die van Claude.
Goede vuistregel die in de zaal werd geformuleerd: schrijf je eerste versie, gebruik hem twee weken, kijk dan terug wat je miste en pas hem aan. Dit is geen één-keer-bestand. Het groeit met je mee.
Globaal versus project
Naast die globale CLAUDE.md (die altijd geldt) heb je ook project-CLAUDE.md, die alleen geldt voor één specifieke folder. Voorbeeld: in je inkoop/-folder zet je een lokale CLAUDE.md die zegt "alles in deze folder gaat over Lightspeed, de API-key staat in api/keys.md, vraag voor elke wijziging mijn akkoord, gebruik nooit andere tools dan Lightspeed en Excel". In je marketing/-folder een totaal andere set regels.
Twee laagjes dus: jouw persoon (globaal) en jouw projecten (lokaal). Tussen die twee laagjes zit zo veel ruimte dat één Claude Code-installatie elke rol in je werkweek kan dragen.
Skills: van losse prompt naar werkproces
Een prompt is een losse vraag. Een skill is een terugkerende werkwijze. Een routine is wanneer die werkwijze vanzelf draait.
Dat onderscheid landde tijdens sessie 2 zichtbaar bij iedereen. Skill is het bouwsteen-concept dat de rest van de pilot draagt.
Wat een skill technisch is
Een markdown-bestandje. Niets meer, niets minder. Je geeft het een naam, zeg email.tov.md, en je roept het aan met een slash-commando: /email.tov. Het bestand zelf bevat vijf onderdelen:
- Rol. Wat Claude in dit scenario is. "Schrijver van Job's zakelijke e-mails in zijn tone of voice."
- Context. Wat hij moet weten om het goed te doen. Voorbeelden van eerder geschreven mails, definities, relaties.
- Taak. Wat hij precies moet uitvoeren. "Lees de mail die ik plak, schrijf een reactie in mijn tone of voice, zet die als draft in Gmail op de juiste thread."
- Output. Hoe het resultaat eruit moet zien. Lengte, structuur, format.
- Regels. Wat wel en wat niet. "Mag draften, mag niet versturen. Mag de Gmail-connector gebruiken, mag niet bij andere mailboxen."
Job had aan het eind van sessie 2 zijn /email.tov werkend. Drie bestanden in zijn skill-folder, hij plakt een mail, Claude schrijft een Gmail-draft als reply op de juiste thread, hij hoeft alleen nog op verzenden te klikken. Geen automatisering, wel een herhaalbare werkwijze. Een paar dagen ermee oefenen en het wordt sneller dan zelf typen.
De ankerprincipes voor goede skills
Drie principes die in sessie 2 hardop zijn benoemd of impliciet uit het werk kwamen:
1. Context vergaren is het werk, het uitvoeren is de staart. Iedere skill die niet goed werkt heeft één onderliggende oorzaak: te weinig context. Wat Claude nodig heeft om de taak goed te doen is bijna altijd meer dan wat je in een prompt zet. Voorbeelden, definities, eerder werk, regels. Stop dat in de skill-folder of in het skill-bestand zelf. Vage input geeft vage output.
2. Plan eerst, doe daarna, verifieer altijd. Voor grote skills (en zeker voor lang-draaiende taken) gebruik je in Claude Code plan-mode. Dat is een toggle die zegt: maak eerst een plan, controleer of dat plan klopt, voer pas uit als ik akkoord geef. Voor elke serieuze taak: laat Claude eerst zijn eigen succescriteria opschrijven, dan uitvoeren, dan tegen die criteria verifiëren. Voor één regel: zet Denk eerst diep na voordat je iets doet als vaste regel in je CLAUDE.md.
3. Iteratie is normaal, niet falen. Je eerste versie van een skill werkt zelden meteen perfect. Test hem op een echt voorbeeld. Kijk wat klopt, kijk wat raar is. Pas de skill aan. Test opnieuw. Drie rondes is gewoon. Iedereen die in sessie 2 een skill bouwde had iets dat niet helemaal klopte na de eerste run. Dat is geen probleem, dat is hoe je hem naar bedrijfsklaar krijgt.
Het voorbeeld uit sessie 2, /email-tov
Om het patroon concreet te maken bouwden we in sessie samen één voorbeeld-skill: /email-tov. Een mail plakken, Claude leest hem, schrijft een reply in jouw tone of voice, en zet die als Gmail-draft op de juiste thread. Geen automatisering, wel een herhaalbare werkwijze die je daarna met één slash-commando aanroept.
Wat we lieten zien is niet de skill zelf, wel de werkwijze:
- In plan-mode beschrijven wat je wil. Niet zelf typen aan de skill-tekst, laat Claude eerst een plan maken op basis van context, voorbeelden van eerder werk, en de regels die je hardop noemt.
- Plan akkoord, Claude schrijft het skill-bestand op de juiste plek.
- Eerste run op echte input. Zelden klopt het meteen volledig.
- Iteratie: één regel aanpassen, opnieuw testen. Drie rondes is normaal.
Diezelfde stappen gelden voor elke skill die je daarna zelf bouwt. Of je het nu doet voor een rapport, een data-doorloop, een audit-check of een vergelijking, het patroon verandert niet.
Skill-libraries: niet zelf opnieuw uitvinden
Naast wat je zelf bouwt bestaan er duizenden community-skills. Skills voor presentaties maken, voor PDF's lezen, voor Slack-berichten, voor Notion-databases. Je installeert er één door de link in Claude Code te plakken, en hij is beschikbaar onder dezelfde slash-naam.
Voor sessie 3 verwerken we minimaal één skill-library in de demo. Het is geen verplichte stap, wel een handige reflex: voor je iets vanaf nul bouwt, check of iemand het al heeft gedeeld.
Plan, doe, verifieer, herhaal
Naast skills introduceerde sessie 2 een prompting-framework dat voor grote taken het verschil maakt:
1. Denk eerst diep na. Voor je iets uitvoert, plan. Wat moet eruit komen. Welke context heb je nodig. Welke succescriteria gelden. Hoe weet je straks of het is gelukt.
2. Doe pas dan. Pas als het plan staat begin je. Eigenlijk is het uitvoeren het minste van het werk. Het context-vergaren en plannen is waar het meeste werk in zit, en waar het meeste fout kan gaan.
3. Verifieer tegen je criteria. Niet "vraag hem of het is gelukt", wel "controleer of het plan is gerealiseerd volgens de criteria die je vooraf hebt opgesteld". Als hij zijn eigen werk beoordeelt zonder vooraf vastgelegde criteria, krijg je een lege thumbs-up.
4. Loop terug als dingen niet kloppen. Heb je iets dat half-werkt? Plan opnieuw, doe opnieuw, verifieer opnieuw. Dit is hoe je een taak die normaal een week zou kosten in één nacht laat draaien: zet de loop op, ga slapen, kijk in de ochtend wat eruit kwam.
In Claude Code is er een hele specifieke modus die deze loop ondersteunt: plan-mode. Aan-zetten met een toggle. Hij beschrijft dan eerst het plan, jij keurt het goed, hij voert uit. Voor elke taak die niet triviaal is, gebruik plan-mode.
Subagents: parallel werk voor grote opdrachten
Eén concept dat sessie 2 raakte zonder volledig te beleven: subagents. Het idee is simpel. In plaats van dat Claude zelf alle stappen sequentieel doet, splitst hij zijn werk over een aantal parallelle helpers. Die helpers werken tegelijk, vaak op goedkopere modellen, en rapporteren terug.
Hoe roep je het aan? Twee woorden in je prompt: gebruik subagents. Niet meer. Claude ziet die instructie, herkent dat de taak parallelliseerbaar is, en zet helpers op.
Wanneer is het nuttig?
- Onderzoekstaken waar je meerdere bronnen wilt analyseren (drie websites doorzoeken, vijf bestanden vergelijken).
- Bouwtaken die uit kleinere onderdelen bestaan (maak een dashboard met drie componenten).
- Audit-taken waar dezelfde check op meerdere objecten moet (vergelijk tien contracten tegen één regelset).
Wanneer niet nuttig?
- Een mail draften.
- Een Excel-tabel doornemen en samenvatten.
- Eén skill aanroepen.
Voor dagelijks werk gebruik je het niet. Voor de zware taken die je in sessie 4 als "dit kunnen we groter aanpakken" gaat noemen, wel. Sessie 3 doet één concrete demo waar het verschil zichtbaar wordt.
Connectors en de eerlijke drempel
Claude Code praat met de buitenwereld via wat connectors heten. Een connector is een koppeling met een specifieke dienst. Een paar belangrijke voor ThePhoneLab:
- Google Workspace (Gmail, Drive, Sheets, Docs, Calendar). Kant-en-klaar. Inloggen via OAuth, klaar. Het demo-voorbeeld
/email-tovuit sessie 2 gebruikt dit. - Notion. Kant-en-klaar via official MCP-connector. Lezen, schrijven, querien.
- Microsoft 365. Beschikbaar via official Microsoft 365 connector.
En dan de eerlijke kant.
- Lightspeed. Geen kant-en-klare connector. Wel een API met documentatie. Wie het zelf wil koppelen moet ofwel een eigen MCP-server bouwen en hosten, ofwel de API-documentatie in een project-folder zetten en Claude de calls laten doen vanaf daar. Dat tweede is geschikt voor experimenten, voor productie is route één beter.
- Twinfield, Triliom, Klaviyo, andere bedrijfsspecifieke tools. Vergelijkbaar. API's bestaan, kant-en-klare connectors meestal niet. Voor TPL is Kian de aangewezen persoon om de schaduw-database op te zetten die deze gaps overbrugt.
- 2FA. Voor elke tool die two-factor-authenticatie eist op de API zit je vast totdat je een service-account of API-key apart hebt geconfigureerd. Geen workaround, ook niet voor Claude.
Wat dit betekent voor jullie werk: voor alles wat in Google of Notion zit kun je vandaag aan de slag. Voor alles wat in Lightspeed of vergelijkbare specifieke systemen zit, wacht je op Kian's shadow-database. Tot die staat, doe je het werk dat niet op die data afhankelijk is. Geen kostbare middag verspillen aan een koppeling die structureel niet voor jou is om te bouwen.
"Het lukt dan niet wat je wilt automatiseren. Ja, nee, tuurlijk, uiteindelijk lukt het wel. Het is gewoon altijd vraag op welke manier."
Een paar uur blokken voor een experiment is prima. Een hele week worstelen met een API-koppeling die Kian sneller en beter kan oplossen is geen goede inzet van je tijd. Onthoud de twee paden: jij doet de voorkant (welke skill, welke output, welke regels), Kian doet de infrastructuur (welke API, welke database, welke hosting).
Routines: scheduled work
Bij het einde van sessie 2 kwam terloops langs dat Claude een nieuwe routines-feature heeft. Een routine laat een skill draaien op een tijdstip dat jij bepaalt. Elke maandagochtend om 9 uur. Elke eerste van de maand. Elke werkdag om 8 uur.
Wat sessie 2 niet meer toekwam is dit live demonstreren. Het is een concrete volgende stap voor mensen die hun skill stabiel hebben. Voorbeelden van waar het zinnig kan zijn:
- Een dagelijkse marketing- of sales-update op een vast tijdstip, zodat hij er bij koffie ligt.
- Een dagelijkse mail-prioriteit-skill om 8u: korte lijst van wat vandaag aandacht verdient.
- Een wekelijkse audit-check op een Notion-database, output naar een vaste pagina.
- Een maandelijkse afsluiter op de eerste werkdag van de maand, zodra de onderliggende data via Kian's shadow-database betrouwbaar staat.
Sessie 3 doet hier een live opzet. Voor wie zijn skill nog niet stabiel heeft: routine pas zodra de handmatige versie betrouwbaar is. Automatiseer pas wat je eerst handmatig kunt vertrouwen.
Wat dit voor het MT betekent
ThePhoneLab is een organisatie die op meerdere fronten tegelijk schaalt: nieuwe winkels, nieuwe accessoire-lijnen, marketing-acties, partnerships, in elke richting wordt meer werk gemaakt. Het MT van zes kan niet meeschalen in omvang. De vraag is dus: wat verschuift naar Claude, wat blijft mensenwerk, en hoe richt iedereen zijn eigen werk in.
Na sessie 2 heeft elk MT-lid:
- Claude Code geïnstalleerd op zijn eigen laptop.
- Een globale
CLAUDE.mddie zijn rol en voorkeuren vastlegt. - Op zijn minst één skill in aanbouw, sommigen al werkend.
- Een eerste idee waar hij of zij gaat verbeteren tussen nu en sessie 3.
Wat het MT-breed nog niet heeft:
- Een gedeelde skill-library waar iedereen op dezelfde manier toegang toe heeft.
- Een centrale machine waar altijd-aan-routines kunnen draaien zonder dat één laptop daarvoor open moet blijven.
- Een gedeeld beeld van welke processen op team-niveau aangepakt worden, niet op persoonsniveau.
Dat is precies waar sessie 3 over gaat: van persoonlijk skill-werk naar workflow-niveau, en de eerste schets van wat MT-breed kan. Sessie 4 maakt daar het strategische plaatje van: blijven we op persoonlijk niveau, of bouwen we het door tot een echt platform.
Wat te doen tussen sessie 2 en 3
Eén lijn: gebruik Claude deze week voor de kleine dingen. Dagelijkse taken, persoonlijke todo's, een mailtje, een lijstje, een idee uitschrijven. Niet meteen de grote pain points van het prikbord aanvliegen, eerst Claude in je vingers krijgen.
Dat is een bewuste keuze. De pain points die in sessie 1 op het prikbord stonden zijn vaak structurele kwesties: ze zitten dieper dan een prompt, ze raken processen, data-bronnen en afhankelijkheden van anderen. Voordat je die effectief kan aanpakken moet je Claude doorgronden door dagelijks gebruik op kleinere dingen. Dat is geen omweg, dat is de weg.
Drie concrete invullingen voor deze week:
1. Klein, dagelijks, gewoon proberen. Schrijf elke werkdag minstens één mail of bericht via Claude. Pak hem erbij voor een persoonlijke todo, een afspraak verzetten, een idee uitwerken, een PDF samenvatten, een vakantie-tip uitzoeken. Maakt niet uit, als het maar dagelijks is en niet zwaar voelt.
2. Zoek de grenzen op. Waar werkt het goed, waar wordt het raar. Probeer een rare prompt, probeer iets buiten je vakgebied, probeer hem op zijn beperking te betrappen. Het is een vorm van leren die geen ander pad heeft.
3. Maak het leuk voor jezelf. Geen werk-targets, geen huiswerk-toon. Wel: wat had je deze week graag uit handen willen geven, ook al was het maar drie minuten? Daar leg je Claude op.
In sessie 3 vertel je vijf minuten wat je hebt geprobeerd. Klein telt. Iets dat raar liep telt ook. Niets-doen is wel een probleem, want dan mis je de basis waarop sessie 3 en 4 verder bouwen. Bel of stuur als je vastloopt, korte reactietijd, dat is letterlijk de afspraak.
Takeaways
- Claude Code is geen aparte AI, wel een aparte plek waar je hem aanroept: lokaal, in een werkfolder, op je laptop.
CLAUDE.mdis je profielbestand. Eén keer goed schrijven, daarna werkt elke sessie beter. Globaal voor je persoon, lokaal per project.- Een skill is een markdown-bestand met rol, context, taak, output en regels. Roep aan met een slash. Bouwsteen voor al het herhaalbare werk.
- Plan, doe, verifieer, herhaal. Voor elke serieuze taak. Plan-mode in Claude Code maakt dit makkelijk.
- Subagents zijn er voor grote parallelliseerbare taken. Twee woorden in je prompt:
gebruik subagents. - Connectors die kant-en-klaar zijn: Google, Notion, Microsoft. Wat niet klaar is: alles bedrijfsspecifiek zoals Lightspeed. Daar wacht je op Kian's shadow-database.
- Routines schedulen skills op vaste tijdstippen. Pas zodra de skill handmatig betrouwbaar werkt.
- Iteratie is normaal. Drie rondes op een skill is gewoon. Een werkend ding is werk, geen wonder.
Volgende stap
In sessie 3 demonstreer je vijf minuten je skill of het werk in aanbouw. Plus we evolueren van losse skill naar workflow: skill A levert input voor skill B, MCP-connectors als bouwstenen, routines als planner. En een eerste schets op team-niveau, voorbereiding voor het doorstart-gesprek in sessie 4.
Tot dan: testen, iteren, bellen als het misgaat.
Verder lezen
- Anthropic: Claude Code documentatie, het officiële handboek met installatie, configuratie en alle commando's.
- Anthropic: Skills overview, hoe Anthropic zelf het skill-concept uitlegt.
- Anthropic: Model Context Protocol, het open protocol achter alle connectors. Voor wie de architectuur wil snappen voordat we eigen MCP-servers bouwen.
- Simon Willison: notes on Claude Code, praktische observaties van een ontwikkelaar die het tool dagelijks gebruikt. Sterk voor wie technisch dieper wil.
- Anthropic: Subagents, wanneer en hoe je ze inzet.
FNDR Studio · Amsterdam · Thomas Huijsmans Whitepaper bij Sessie 2 · ThePhoneLab pilot · mei 2026